English dictionary, thesaurus, translations & etymology
FreeDict.com

English–Dutch dictionary

Translate English words into Dutch, and Dutch into English. Each entry shows gender, part of speech, example sentences and how the word is actually used — not just a bare equivalent.

Vocabulary Flow
Learn Dutch vocabulary by scrolling.
Vocabulary Flow serves English words with the Dutch meaning, one at a time — pronunciation and an example each time. Scroll it either direction.
Learn English in Dutch

Browse A–Z

a b c d e f g h i j k l m n o p q r s t u v w x y z #

“A” Words

apologist
apologeet
apologize
verontschuldigen
apologize
verontschuldigen
apologize
verantwoorden
apology
verontschuldiging
apology
apologie
apology
verweer
apophenia
apofenie
apoplexy
apoplexie
apoptosis
apoptose
aporetic
twijfelachtig
aporia
onzekerheid
aporia
twijfel
aposematism
aposematische kleuring
apostasy
afvalligheid
apostasy
geloofsafval
apostate
afvallig
apostate
afvallige
apostille
apostille
apostle
apostel
apostle
zendeling
apostolic
apostolisch
apostrophe
apostrof
apostrophe
weglatingsteken
apostrophe
apostrof
apothecium
apothecium
apotheosis
apotheose
apotheosis
verheerlijking
apotheosis
vergoding
apotropaic
kwaadafwerend
app
app
app
applicatie
Appalachia
Appalachia
Appalachians
Appalachen
appalling
ontzettend
apparatchik
apparatsjik
apparate
verschijnselen
apparatus
apparaat
apparatus
toestel
apparatus
apparaat
apparatus
turntoestel
apparel
kleding
apparent
duidelijk
apparent
evident
apparent
klaar
apparent
zichtbaar
apparent
duidelijk
apparent
klaar
apparent
ogenschijnlijk
apparent
klaarblijkelijk
apparent
ogenschijnlijk
apparently
naar het schijnt
apparently
kennelijk
apparently
duidelijk
apparently
blijkbaar
apparently
ogenschijnlijk
apparently
schijnbaar
apparition
verschijning
appeal
beroep
appeal
oproep
appeal
aanspreken
appeal
aantrekkelijk
appeal
aantrekken
appeal
in beroep gaan
appeal
in hoger beroep gaan
appeal
appeleren
appeal
appeleren
appeal
beroep doen op
appealing
aantrekkelijk
appear
verschijnen
appear
verschijnen
appear
haar opwachting maken
appear
optreden
appear
zijn opwachting maken
appear
verschijnen
appear
blijken
appear
haar opwachting maken
appear
optreden
appear
zijn opwachting maken
appear
lijken
appearance
verschijning
appearance
comparitie
appearance
aanblik
appearances are deceptive
schijn bedriegt
appease
kalmeren
appeasement
appeasement
appeasement
verzoeningspolitiek
appellate court
gerechtshof
appellate court
hof van beroep
appellate court
hof van justitie
appellation
aanduiding
appellation
benaming
append
aanhechten
append
bevestigen
append
hechten
append
vastmaken
append
toevoegen
append
bijvoegen
appendage
appendage
appendectomy
appendectomie
appendicitis
blindedarmontsteking
appendix
aanhangsel
appendix
appendix
appetite
eetlust
appetite
trek
appetite
appetijt
appetite
honger
appetizer
bittergarnituur
appetizer
borrelhapjes
applaud
applaudisseren
applaud
klappen
applaud
applaudisseren
applause
applaus
applause
handgeklap
apple
appel
apple blossom
appelbloesem
apple brandy
appelbrandewijn
apple brandy
calvados
apple butter
appeljam
apple butter
appelstroop
apple cider vinegar
appelazijn
apple cider vinegar
appelciderazijn
apple core
klokhuis
apple dumpling
appelbol
apple juice
appelsap
apple of discord
twistappel
apple of someone's eye
oogappel
apple pie
appeltaart
apple sauce
appelmoes
apple sauce
appelcompote
apple sauce
appelspijs
apple strudel
apfelstrudel
apple tree
appelboom
apple tree
appelaar
apple turnover
appelflap
apple wine
appelcider
apple wine
appelwijn
apple wine
cider
apple-cheeked
met appelwangen
apple-corer
appelboor
apple-green
appelgroen
apples and oranges
appels met peren
applesauce
flauwekul
applesauce
flauwekul
applesauce
zever
applewood
appelbomenhout
applewood
appelboom
appliance
hulpstuk
appliance
toestel
appliance
huishoudstoestel