English dictionary, thesaurus, translations & etymology
FreeDict.com

English–Dutch dictionary

Translate English words into Dutch, and Dutch into English. Each entry shows gender, part of speech, example sentences and how the word is actually used — not just a bare equivalent.

Vocabulary Flow
Learn Dutch vocabulary by scrolling.
Vocabulary Flow serves English words with the Dutch meaning, one at a time — pronunciation and an example each time. Scroll it either direction.
Learn English in Dutch

Browse A–Z

a b c d e f g h i j k l m n o p q r s t u v w x y z #

“P” Words

partridge
patrijs
party
partij
party
fuif
party
feest
party
party
party
viering
party
feesten
party
vieren
party animal
feestbeest
party animal
fuifnummer
party bike
bierfiets
party bike
fietscafé
party dress
feestjurk
party game
gezelschapsspel
party hat
feesthoed
party leader
partijleider
party leader
partijvoorzitter
party line
partijlijn
party politics
partijpolitiek
party wall
gemene muur
paruresis
paruresis
paruresis
plasangst
paruresis
plasvrees
parvenu
parvenu
Pascal
Pascal
pascal
pascal
Paschal Lamb
paaslam
Paschal Lamb
Paaslam
pasha
pasja
Pashto
Pasjtoe
pass
pas
pass
passage
pass
aanreiken
pass
voorbijgaan
pass
overgaan
pass
slagen
pass
voorbijgaan
pass
doodgaan
pass
doorgaan
pass
gebeuren
pass
heengaan
pass
overlijden
pass away
overlijden
pass away
heengaan
pass away
ontslapen
pass down
doorgeven
pass on
doorgeven
pass on
doorvertellen
pass the buck
zwartepieten
passage
passage
passageway
gang
passageway
doorgang
passed pawn
vrijpion
passenger
passagier
passenger
reiziger
passenger car
personenauto
passenger car
personenwagen
passenger pigeon
trekduif
passenger seat
passagiersstoel
passenger train
passagierstrein
passenger train
reizigerstrein
passer-by
passant
passer-by
voorbijganger
passer-by
omstander
passerine
zangvogel
passim
passim
passing
voorbijgaand
passing
verstrijkend
passing
eminent
passing
uitstekend
passing
oppervlakkig
passing
vaag
passing
voorbijgaand
passing
enorm
passing
extreem
passing
dood
passing
heengaan
passing
overlijden
passing
voorbijgaan
passing
goedkeuring
passing
pass
passing
passen
passion
passie
passion
hartstocht
passion
hartstocht
passion
passie
passion fruit
passievrucht
passion fruit
markoesa
Passion Sunday
Judica
passionate
hartstochtelijk
passionate
gepassioneerd
passive
passief
passive
passief
passive
lijdelijk
passive
lijdend
passive
passief
passive income
passief inkomen
passive vocabulary
passieve woordenschat
passive voice
lijdende vorm
passive voice
passief
passively
passief
Passover
Paasfeest
Passover
Pesach
passport
paspoort
passport
pas
password
wachtwoord
past
afgelopen
past
voorbij
past
voorbije
past
voorbij
past
voorbije
past
verleden
past
voorbij
past
voorbije
past
voorbij
past
verleden
past
vervlogene
past
voorbije
past
verleden tijd
past
verleden
past
voorbij
past
verder
past
voorbij
past participle
voltooid deelwoord
past participle
verleden deelwoord
past tense
verleden tijd
pasta
deegwaren
pasta
pasta
Pastafarianism
pastafarianisme
paste
deeg
paste
pasta
paste
stijfsel
paste
pastei
paste
stras
paste
plakken
pastern
koot
pastiche
pastiche
pastiche
mengelmoes
pastie
pastei
pastie
tepellapje
pastime
tijdverdrijf
pastime
hobby
pastime
ontspanning
pastor
pastoor
pastor
dominee
pastor
priester
pastor
pastor
pastoral
pastoraal
pastoral
pastorale
pastoral
herderlijke brief