English dictionary, thesaurus, translations & etymology
FreeDict.com

English–Dutch Dictionary

Translate English words into Dutch, and Dutch into English. Each entry shows gender, part of speech, example sentences and how the word is actually used — not just a bare equivalent.

Browse A–Z

a b c d e f g h i j k l m n o p q r s t u v w x y z

“B” Words

bluebell
wilde hyacint
Bluetooth
Blauwtand (m)
blunder
blunderen
blunder
een flater slaan
blunder
een bok schieten
blunder
miskleunen
blunder
flateren
blush
blozen
bodily
lichamelijk
bodily
fysiek
boil
koken
boil
aan de kook brengen
boil
zooien
boil
zieden
boiler
ketel (m)
bolt
rol (f)
bomb
bombarderen
bone
been (n)
bone
been (n)
bone
bot (n)
bone
knekel (m)
boner
stijve (m)
book
boeken
book
reserveren
boom
dreunen
boot
laars (f)
boot
bot (f)
boot
hoge schoen (m)
boot
eruitgooien
boot
eruittrappen
boot
buitengooien
booze
drank
bore
boren
Bosnia
Bosnië (n)
Bosnian
Bosniër (m)
Bosnian
Bosnische (f)
bosom
boezem (m)
both
zowel ... als ...
bother
moeite doen
bottle
fles (f)
bottleneck
flessenhals
bound
springen
bovine
runds
bow
strijkstok (m)
box
buxus
box
buksboom
box
buks (m)
boy
huisboy (m)
boy
nikker (m)
boy
kerel (m)
boy
jongen (m)
boyish
jongensachtig
bracket
haakje (n)
braid
vlecht (f)
brain
hersenen
brain
hersens
brain
brein (n)
brain
brein (n)
brain
brein (n)
brain
breinbaas (m)
brake
rem
brake
remmen
brake
remmer (m)
brand
brandmerken
brandy
brandewijn
brass
messing (n)
brass
geelkoper (n)
brass
messing
brass
geelkoperen
bray
balken
breach
breken (n)
breach
branding (f)
bread
brood (n)
break
breken
break
breken
break
breken
break
breken
break
stukgaan
break
overtreden
break
kapotgaan
break
kapotmaken
break
stukmaken
breakdown
defect (n)
breakdown
mankement (n)
breakdown
panne (f)
breakdown
stilstand (m)
breast
borst (f)
breastplate
kuras (n)
breastplate
borststuk (n)
Breton
Bretoen (m)
Breton
Bretoense (f)
Breton
Bretonse (f)
brew
brouwsel (n)
Brezhnev
Brezjnev
bridge
brug (f)
brim
boord
brim
rand
brink
rand
brink
steile rand
Britain
Brittannië (n)
British
Brit (m)
British
Britse (f)
broadcast
uitzending (f)
broadcast
programma (n)
broken
geknakt
broken
gebroken
broken
defect
broken
kapot
broom
brem
brother
broer (m)
brother
broeder (m)
brown
bruin
brown
Bruin
brown
Bruyn
brown
Bruijn
brown
Bruyns
brown
Bruins
brown
de Bruyne
brown
de Bruyn
brown
de Bruin
brown
de Bruine
brown
de Bruijn
brown
de Bruijne
buckle
gesp
budge
bewegen
budge
meegeven
budge
bewegen
buffer
inperken
bug
insect (n)
bug
beestje (n)
bulb
bol
bull
bul (m)
bulldog
buldog (m)
bun
bolletje (n)
bun
broodje (n)
bun
bol (m)
bunny
konijntje (n)
buoy
boei (f)
burglary
inbraak
Burmese
Birmaans (n)
Burmese
Birmees (n)
burn
branden
burn
verbranden
burn
verteren
burnout
burn-out (m)
burst
doen barsten
bury
begraven
bury
begraven
butt
kont
butt
achterste (n)