English dictionary, thesaurus, translations & etymology
FreeDict.com

English–Dutch dictionary

Translate English words into Dutch, and Dutch into English. Each entry shows gender, part of speech, example sentences and how the word is actually used — not just a bare equivalent.

Vocabulary Flow
Learn Dutch vocabulary by scrolling.
Vocabulary Flow serves English words with the Dutch meaning, one at a time — pronunciation and an example each time. Scroll it either direction.
Learn English in Dutch

Browse A–Z

a b c d e f g h i j k l m n o p q r s t u v w x y z #

“E” Words

emigration
uitwijking
emigration
uitwijking
emigration
emigratie
Emil
Emiel
éminence grise
grijze eminentie
éminence grise
éminence grise
eminent
eminent
eminent
voortreffelijk
eminent domain
onteigening
eminent domain
oppereigendom
emir
emir
emirate
emiraat
emissary
afgezant
emission
emissie
emission
uitstoot
emit
afgeven
emit
uitzenden
emitter
zender
emitter
emitter
Emma
Emma
emmer
emmertarwe
emmer
tweekoren
emoji
emoji
emollient
verzachtend
emollient
huidverzorgend
emollient
zalvend
emollient
verzachtend
emolument
bijverdienste
emotion
emotie
emotional
gevoelsmatig
emotional
emotioneel
emotional
emotioneel
emotional blackmail
emotionele chantage
emotional intelligence
emotionele intelligentie
emotionality
emotionaliteit
emotionless
emotieloos
emotivism
emotivisme
empathic
empathisch
empathy
empathie
empathy
inlevingsvermogen
emperor
keizer
emperor penguin
keizerspinguïn
emperor tamarin
keizertamarin
emperorship
keizerschap
emphasis
nadruk
emphasis
benadrukking
emphasis
beklemtoning
emphasis
klemtoon
emphasize
benadrukken
emphasize
beklemtonen
emphatic
emfatisch
emphatic
nadrukkelijk
emphatically
nadrukkelijk
emphyteusis
erfpacht
empire
keizerrijk
empire
rijk
empire
imperium
empire
keizerrijk
empire
imperium
empirical
empirisch
empirical research
empirisch onderzoek
empiricism
empirisme
employ
tewerkstellen
employability
inzetbaarheid
employee
werknemer
employee
bediende
employee
medewerker
employee
medewerkster
employee
werkneemster
employer
werkgever
employment
benutting
employment
emplooi
employment
werk
employment
aanwerving
employment
tewerkstelling
employment
tewerkstelling
employment
benutting
employment
emplooi
employment
gebruik
employment
nut
employment
emplooi
employment
tewerkstellingscijfer
employment
tewerkstellingsgraad
employment contract
arbeidscontract
employment contract
arbeidsovereenkomst
emporium
marktplaats
emporium
warenhuis
empower
machtigen
empower
volmacht geven
empower
bemoedigen
empress
keizerin
emptiness
leegte
empty
leeg
empty
legen
empty
leegmaken
empty nest syndrome
legenestsyndroom
empty set
lege verzameling
empty vessels make the most sound
holle vaten klinken het hardst
empyema
empyeem
Emsian
Emsien
Emsland
Eemsland
Emsland
Emsland
emu
emoe
emulate
imiteren
emulate
nadoen
emulsifier
emulgator
emulsify
emulgeren
emulsion
emulsie
en dash
half kastlijntje
en garde
en garde
en masse
en masse
en masse
massaal
en passant
en passant
en passant
en passant slaan
en route
onderweg
enable
in staat stellen
enable
inschakelen
enable
mogelijk maken
enable
in staat stellen
enable
activeren
enable
inschakelen
enable
toestaan
enabling act
machtigingswet
enamel
glazuur
enamored
verliefd
enantiomer
enantiomeer
encampment
legering
encampment
tentenkamp
encapsulate
inkapselen
encase
omhullen
ence
entie
ence
heid
encephalitis
hersenontsteking
encephalitis
encefalitis
encephalogram
encefalogram
encephalopathy
encefalopathie
enchant
betoveren
enchanted
betoverd
enchanting
betoverend
enchantress
tovenares
enchantress
heks
enchantress
charmeuse
enchantress
verleidster
encircle
omsingelen
enclave
enclave
enclitic
enclitisch
enclitic
encliticum
enclose
omheinen
enclose
bijvoegen
enclose
insluiten